يصهر به ما في بطونهم والجلود ٢٠
يُصْهَرُ بِهِۦ مَا فِى بُطُونِهِمْ وَٱلْجُلُودُ ٢٠

٢٠

Wat zich in hun buiken bevindt zal erdoor smelten en (ook) de huiden.
Tafseers
Reflecties en lessen
Notes placeholders